Met zijn keurig verzorgde grijze baard heeft hij wel wat weg van de Duitse keizer, al spreekt hij me in het Engels aan. Dat hij Duits is blijft geen seconde geheim, maar het gebaar om hier in het gegoede Zuidelijke deel van Amsterdam niet in het Duits te beginnen wekt mijn bewondering. Zijn adelijke houding wordt op een gekke manier gecontrasteerd door een van zijn brillenglazen die zwart is afgeplakt.
Met het oogmerk van de rover en de manieren van een gecultiveerde edelman vraagt hij me om het dichtstbijzijnde politiebureau. Onverlaten hebben de camper van hem en zijn vrouw opengebroken en zijn er met de electronica vandoor. Verheugd mijn Duits weer eens te kunnen gebruiken, leg ik hem uit waar hij moet zijn. Op de deur van de camper zie ik krantenknipsels en -foto's van de heer in schermkostuum, floret statig omhooggericht naast zijn blinde oog. Schermsport. Dus toch een man van adel. En ondanks zijn handigheid met wapens, toch niet in staat zijn rijtuig te beschermen.
Ik wens hem het beste en hoop vurig dat de lange arm van de wet de baron op waarde weet te schatten. Dat ze het langevingersgeval netjes aan de boeken toevertrouwen terwijl hij van zijn per abuis geserveerde thee drinkt en misschien nog een beleefde grap toevoegt over hoe onfortuinlijk de dingen soms kunnen lopen, de dienstdoende officier meewarend knikkend.
Op de stoep staat een groep mensen om een man in een gemotoriseerde rolstoel. Uit zijn stoel klinkt jaren 20 swing. De verschillende mensen die zich om hem heen hebben verzameld delen dezelfde manier van standvastig-voorzichtig opereren, waarbij het lijkt of ze ten allen tijde voorbereid zijn op een flinke windvlaag die hen uit evenwicht zal brengen. Een van de vrouwen, met een dik gezicht, deelt halveliterblikken uit. Twee passerende jonge vrouwen lachen waarderend om de vrolijke muziek. Verderop raapt een kleine man uitgetrape peuken op voor de ingang van de Albert Heijn. De zon schijnt, maar er zit waarneembare scherpte in de lucht. De swing wiebelt vrolijk door de verkleurende meidoornbladern en de drinkers discussieren onverstaanbaar verder op een van die laatste mooie dagen van het najaar.
dinsdag 9 oktober 2012
maandag 10 september 2012
Zweedreet
Aan de Zweedse westkust komt de wind met ongewoon stevige snelheden mijn rechteroor binnen suizen. Naarmate de hoogteverschillen ophouden te bestaan neemt het belang van verplaatsende lucht het centrale punt in van mijn fietsbui. De koers is zuidelijk en de wind komt uit het westen, dus de kleinste veranderingen van rijrichting kunnen een wereld van verschil betekenen: half in de rug of half in het gezicht is het verschil tussen het fluiten van "Call me maybe" en het binnensmonds uitschelden van tegenliggers die niet terugzwaaien.
Zelfs in het zuiden van Zweden kan het op de weg en daarnaast af en toe schrikbarend rustig zijn. En dan gaat het niet over ‘Randstadrustig’ in de winter op het strand, waar je in de rij staat voor een kop koffie in het zelfbedieningsrestaurant, of zelfs het rustig van Drentse fietspaden tijdens een regenachtige dag. Nee, hier is het post-apocalyptisch rustig. Daarbij kun je denken aan de films waarin een eenzame protagonist door een plotseling mysterieus uitgestorven gebied dwaalt. Geen beweging op de weg, geen zichtbaar leven in en om de huizen en dat alles in dat ijle Noordelijke zomerlicht, kilometer na kilometer. Als er dan eindelijk ergens aan de horizon een man met een knal de garage achter zich sluit ben ik gek genoeg een beetje opgelucht, maar als in de verte het geluid uitsterft vraag ik me af of ik het mezelf misschien niet heb ingebeeld.
Qua medefietsers heb ik het wat dat betreft de afgelopen weken verbazend goed getroffen. De ongeschreven regel is dat je even afstapt als je een fietstassendragende tweewieler tegenkomt. Na het verplichte waarvandaan-waarheen-hoelang al-hoelang nog riedeltje bepalen de omstandigheden wat er volgt: komen ze je tegemoet, dan is het tetteren over alle do's en dont's van het verlaten gebied en het onttrekken van essentiële informatie over de bestemming: welke weg, waar te kamperen en (in Zweden erg belangrijk) is er ook een Lidl? Als je dezelfde kant op gaat is de informatieoverdracht minder essentieel, en kan het gesprek verder kabbelen in andere richtingen. Soms fiets je dan nog even op, en zeker bij het binnengaan van grotere steden, wat een op zichzelf precaire procedure betreft.
Na in de eerste weken van de tocht op wind mee te kunnen rekenen, is het nu vaker mis dan feest, met de nodige onhoorbare vloeken richting onschuldige voorbijgangers tot resultaat. En het einde komt langzaam in zicht, de temperatuur daalt gestaag en in het Zuiden zakt de zon steeds eerder en eerder. Duizenden ganzen besluiten om maar weer eens op te stappen. Tegen de achtergrond van het gezoem van de enorme windmolens trekken ze schreeuwend over, de enorme wieken ontwijkend als in een morbide computerspel. En ja, als je in het noorden van Zweden bent geweest, dan klinkt het vooruitzicht van Denemarken zeker mediterraan.
Zelfs in het zuiden van Zweden kan het op de weg en daarnaast af en toe schrikbarend rustig zijn. En dan gaat het niet over ‘Randstadrustig’ in de winter op het strand, waar je in de rij staat voor een kop koffie in het zelfbedieningsrestaurant, of zelfs het rustig van Drentse fietspaden tijdens een regenachtige dag. Nee, hier is het post-apocalyptisch rustig. Daarbij kun je denken aan de films waarin een eenzame protagonist door een plotseling mysterieus uitgestorven gebied dwaalt. Geen beweging op de weg, geen zichtbaar leven in en om de huizen en dat alles in dat ijle Noordelijke zomerlicht, kilometer na kilometer. Als er dan eindelijk ergens aan de horizon een man met een knal de garage achter zich sluit ben ik gek genoeg een beetje opgelucht, maar als in de verte het geluid uitsterft vraag ik me af of ik het mezelf misschien niet heb ingebeeld.
Qua medefietsers heb ik het wat dat betreft de afgelopen weken verbazend goed getroffen. De ongeschreven regel is dat je even afstapt als je een fietstassendragende tweewieler tegenkomt. Na het verplichte waarvandaan-waarheen-hoelang al-hoelang nog riedeltje bepalen de omstandigheden wat er volgt: komen ze je tegemoet, dan is het tetteren over alle do's en dont's van het verlaten gebied en het onttrekken van essentiële informatie over de bestemming: welke weg, waar te kamperen en (in Zweden erg belangrijk) is er ook een Lidl? Als je dezelfde kant op gaat is de informatieoverdracht minder essentieel, en kan het gesprek verder kabbelen in andere richtingen. Soms fiets je dan nog even op, en zeker bij het binnengaan van grotere steden, wat een op zichzelf precaire procedure betreft.
Na in de eerste weken van de tocht op wind mee te kunnen rekenen, is het nu vaker mis dan feest, met de nodige onhoorbare vloeken richting onschuldige voorbijgangers tot resultaat. En het einde komt langzaam in zicht, de temperatuur daalt gestaag en in het Zuiden zakt de zon steeds eerder en eerder. Duizenden ganzen besluiten om maar weer eens op te stappen. Tegen de achtergrond van het gezoem van de enorme windmolens trekken ze schreeuwend over, de enorme wieken ontwijkend als in een morbide computerspel. En ja, als je in het noorden van Zweden bent geweest, dan klinkt het vooruitzicht van Denemarken zeker mediterraan.
zaterdag 11 augustus 2012
"Ik heb d'r Fin an''
Finland heeft volgens de plaatselijke berichten het hoogste percentage obesitasgevallen in de Europese unie. En het lijkt waar, van elke leeftijdscategorie komt er dagelijks wel een probleemgeval langs. Dat de vlezige Finnen wel van een vette hap houden wordt bewezen door de grote dichtheid aan McDonalds restaurants in het verder opvallend lege land. En dat is weer een zegen voor een wifidief als ik, die navigerend van gouden boog naar gouden boog ’s ochtends mijn boterhammetjes smeert op het terras en daar de e-mails eens doorneemt en van de gouden score van de Nederlanders op de hoogte wordt gehouden. Helemaal perfect is het plaatje echter niet: hoe fantastisch die oefening van Epke nu was of wie die Willen-Alexander nu weer dronken op de rug heeft lopen kloppen blijft gissen, want de filmpjes van de NOS mogen nog steeds het land niet uit, dus moet ik het met foto's doen.
Op de site van de Vakantiefietser, een zeer behulpzame zaak aan de Westerstraat, staat dat een fiets feitelijk een frame is waar aan heel veel dingen zijn geshroefd. Collega Emiel Martens verwoorde het vorig jaar in een chat-gesprek nog een stukje beeldender in de volgende quote: “een fiets is een ding waaraan veel dingen kapot kunnen.” Wat er allemaal is aangeschroefd, en sterker nog, wat dat allemaal voor dingen zijn die stuk kunnen, blijft me nog steeds verbazen. Bij het onder begeleiding openpeuteren van de naaf van mijn voorwiel kwam er naast de verwachte kogellagers een haffel elektra naar boven die het nodige puzzelwerk nodig had om uiteindelijk weer in elkaar te passen. Conclusie van de zoektocht was dat het defect van de elektriciteitstoevoer in de elektronica van de lamp moet zitten. Wie had er elektronica verwacht in een fietslamp?
Verder blijkt er menig voorschrift te bestaan over het vervangen van zaken als crank, ketting en versnellingswiel. De prognoses aangaande levensduur verschillen een beetje per gevraagde, maar zijn allemaal toch een stuk lager dan de 4000 km die ik op mijn laatste ketting heb afgelegd. Daarbij kwam dat het hierbij ging om een ketting van twijfelachtige kwaliteit. Nu is de hele set vervangen en hoewel het wat heeft mogen kosten (daar gaat de droom dat fietsen een goedkope vorm van reizen betreft), vliegt de fiets nu weer vlot schakelend in alle versnellingen onder mijn kont vandaan.
Toen de doorgaande weg die ik richting Tampere in gedachten had plotseling veranderde in een weg die in het groen werd aangeduid met een auto-icoon, leek dat me in principe geen probleem, maar de behulpzame agent die na enkele kilometers achter me verscheen, legde me netjes in perfect Engels uit dat het in Finland verboden is om op de autoweg te fietsen. Ik vertelde dat het natuurlijk in Nederland wel mocht, excuseerde me voor de veroorzaakte overlast en vroeg hem de weg. Die gaf hij me graag en samen met zijn collega zwaaiden ze me uit.
Het hoeft niet in de krant hoor, maar Pappie Langkous heeft zijn legging weer aan. Noordelijker dan ooit, op het randje van Finland, in het stadje Vaasa waar de boot naar Zweden de Botnische Golf in tweeën deelt, komt mijn tweede keerpunt in beeld. Van de oostelijke richting heb ik in de Baltische staten al afscheid genomen, nu gaat de reis huiswaarts verder in zuidelijke richting. Hoewel het hier zelfs rond deze tijd van het jaar pas om half 12 donker is, is de komst van de herfst merkbaar: er is een kilte in de lucht in de avonden en enkele dagen is het, excusez les mots, oncologelijk kenkerweer geweest. Maar de stevige dronk van dit land heeft een ‘smooth Finnish’ als ik vanaf de ’s lands grootste brug in het warme late licht Unesco-erfgoed de Kvarken archipel overzie. Een onverwacht spectaculair schouwspel.
Op de site van de Vakantiefietser, een zeer behulpzame zaak aan de Westerstraat, staat dat een fiets feitelijk een frame is waar aan heel veel dingen zijn geshroefd. Collega Emiel Martens verwoorde het vorig jaar in een chat-gesprek nog een stukje beeldender in de volgende quote: “een fiets is een ding waaraan veel dingen kapot kunnen.” Wat er allemaal is aangeschroefd, en sterker nog, wat dat allemaal voor dingen zijn die stuk kunnen, blijft me nog steeds verbazen. Bij het onder begeleiding openpeuteren van de naaf van mijn voorwiel kwam er naast de verwachte kogellagers een haffel elektra naar boven die het nodige puzzelwerk nodig had om uiteindelijk weer in elkaar te passen. Conclusie van de zoektocht was dat het defect van de elektriciteitstoevoer in de elektronica van de lamp moet zitten. Wie had er elektronica verwacht in een fietslamp?
Verder blijkt er menig voorschrift te bestaan over het vervangen van zaken als crank, ketting en versnellingswiel. De prognoses aangaande levensduur verschillen een beetje per gevraagde, maar zijn allemaal toch een stuk lager dan de 4000 km die ik op mijn laatste ketting heb afgelegd. Daarbij kwam dat het hierbij ging om een ketting van twijfelachtige kwaliteit. Nu is de hele set vervangen en hoewel het wat heeft mogen kosten (daar gaat de droom dat fietsen een goedkope vorm van reizen betreft), vliegt de fiets nu weer vlot schakelend in alle versnellingen onder mijn kont vandaan.
Toen de doorgaande weg die ik richting Tampere in gedachten had plotseling veranderde in een weg die in het groen werd aangeduid met een auto-icoon, leek dat me in principe geen probleem, maar de behulpzame agent die na enkele kilometers achter me verscheen, legde me netjes in perfect Engels uit dat het in Finland verboden is om op de autoweg te fietsen. Ik vertelde dat het natuurlijk in Nederland wel mocht, excuseerde me voor de veroorzaakte overlast en vroeg hem de weg. Die gaf hij me graag en samen met zijn collega zwaaiden ze me uit.
Het hoeft niet in de krant hoor, maar Pappie Langkous heeft zijn legging weer aan. Noordelijker dan ooit, op het randje van Finland, in het stadje Vaasa waar de boot naar Zweden de Botnische Golf in tweeën deelt, komt mijn tweede keerpunt in beeld. Van de oostelijke richting heb ik in de Baltische staten al afscheid genomen, nu gaat de reis huiswaarts verder in zuidelijke richting. Hoewel het hier zelfs rond deze tijd van het jaar pas om half 12 donker is, is de komst van de herfst merkbaar: er is een kilte in de lucht in de avonden en enkele dagen is het, excusez les mots, oncologelijk kenkerweer geweest. Maar de stevige dronk van dit land heeft een ‘smooth Finnish’ als ik vanaf de ’s lands grootste brug in het warme late licht Unesco-erfgoed de Kvarken archipel overzie. Een onverwacht spectaculair schouwspel.
Abonneren op:
Posts (Atom)

