dinsdag 25 februari 2014

Sneeuwdik kijken

Terwijl ik verwoed mijzelf een haar wijzer probeer te maken lees ik uitspraken als "het Kirchtal is een van de populairste bestemmingen voor Nederlandse wintersporters, en wij weten wel waarom", "het rustige dorp, vol gezellige straatjes is een van de mooiste in de Alpen" en "met de Party-pas heb je elke avond toegang tot de beste feesten!". Mijn pogingen om me te laten informeren over de basisgegevens omtrent skireizen zijn voorlopig tevergeefs.

Ik heb me in het verleden nogal eens verdiept in de schimmige hoekjes van de de online toerismebusiness. Zo kijk ik uit persoonlijke interesse nog wel eens op een vrijwilligerswebsite (help de wereld voor maar € 4500,-!, natuurlijk gaat dat allemaal naar je lokale verblijf in een rieten hutje!). Ook zoek ik weleens een goedkoop vliegticket (je kunt het ticket kopen voor de spotprijs, maar wil je ook mee? € 12,30 extra instapkosten!) Verder laveer ik nu en dan door het mijnenveld van couchsurfbare profielen van de bewoners van wereldsteden (pas op voor: ontblootte torso's, teveel smileys, meerdere katten, alléén referenties van vrouwen, zonnebrillen, softlenzen, namen met daarin EROS, AMOR of CUTEY verwerkt, militante veganisten, uitroeptekens en mensen die zichzelf beschrijven als 'laidback' en 'openminded'). Toch heb ik me nog nooit op zulk glad ijs bevonden als bij het verkennen van de webmogelijkheden van de skivakantie.

De belangrijkste vraag die je aan het interweb vraagt is natuurlijk: waar ligt er sneeuw? Daarnaast is het belangrijk om te weten tot wanneer die er ligt. Is half maart nog sneeuwzeker, of wordt het ploegen in de pap? Verder zou men dan graag willen weten wat voor accommodatie aanwezig is en wat die kost. En dat van de verschillende gebieden, van de verschillende landen. Er is echter geen manier om deze zaken ergens op een rijtje te zien. De oplossing is er een die ik nog ken van de zonvakantie die ik na de middelbare school samen met de betonnen zeezichtbestemming gedag heb gezegd: uren op allerlei verschillende websites mijn gegevens invullen om te kijken wat ze beschikbaar hebben in hun minuscule
poultje van een klein twintigtal middelgrote pensionnetjes verspreid over 4 landen in de hele alpenregio, alwaar je met de 3 bussen-tellende vloot dient te geraken. Ik was blij toen ik op 19-jarige leeftijd besloot dat de tijden van dat soort vakantiereizen voorbij was.

Nu sta ik er echter weer even machteloos bij, de oudere-jongere die vorig jaar op 28-jarige leeftijd ski's onderbond. Vier uur verder scrollen ben ik nog steeds geen steek opgeschoten. Waar is de tijd dat 'startpagina' de dingen voor je op een rijtje had staan? Misschien is het een kwestie van gewenning en google ik over enkele jaren binnen een handomdraai een skivakantie met busreis en skipas bijelkaar als ging het om een retourtje Wroclaw voor een tientje of een nachtje overblijven met vroeg vertrek op de bank van een gemotiveerde student in Porto. Maar tot nog toe is het resultaat van mijn zoektocht een knagend gevoel van onmacht over de afwezigheid van welke duidelijkheid dan ook over pistelengte, sneeuwdiepte, weersverwachting, shuttledichtheid, horecabereik, halfpension en liftfrequentie. Dus terug de pistes van 'het Internet' en voorzichtig verder glibberen. Ski's recht en maar hopen dat ik die lawine van informatie voorblijf. Alle begin is moeilijk.

dinsdag 9 oktober 2012

Onbeschermd

Met zijn keurig verzorgde grijze baard heeft hij wel wat weg van de Duitse keizer, al spreekt hij me in het Engels aan. Dat hij Duits is blijft geen seconde geheim, maar het gebaar om hier in het gegoede Zuidelijke deel van Amsterdam niet in het Duits te beginnen wekt mijn bewondering. Zijn adelijke houding wordt op een gekke manier gecontrasteerd door een van zijn brillenglazen die zwart is afgeplakt.

Met het oogmerk van de rover en de manieren van een gecultiveerde edelman vraagt hij me om het dichtstbijzijnde politiebureau. Onverlaten hebben de camper van hem en zijn vrouw opengebroken en zijn er met de electronica vandoor. Verheugd mijn Duits weer eens te kunnen gebruiken, leg ik hem uit waar hij moet zijn. Op de deur van de camper zie ik krantenknipsels en -foto's van de heer in schermkostuum, floret statig omhooggericht naast zijn blinde oog. Schermsport. Dus toch een man van adel. En ondanks zijn handigheid met wapens, toch niet in staat zijn rijtuig te beschermen.

Ik wens hem het beste en hoop vurig dat de lange arm van de wet de baron op waarde weet te schatten. Dat ze het langevingersgeval netjes aan de boeken toevertrouwen terwijl hij van zijn per abuis geserveerde thee drinkt en misschien nog een beleefde grap toevoegt over hoe onfortuinlijk de dingen soms kunnen lopen, de dienstdoende officier meewarend knikkend.

Op de stoep staat een groep mensen om een man in een gemotoriseerde rolstoel. Uit zijn stoel klinkt jaren 20 swing. De verschillende mensen die zich om hem heen hebben verzameld delen dezelfde manier van standvastig-voorzichtig opereren, waarbij het lijkt of ze ten allen tijde voorbereid zijn op een flinke windvlaag die hen uit evenwicht zal brengen. Een van de vrouwen, met een dik gezicht, deelt halveliterblikken uit. Twee passerende jonge vrouwen lachen waarderend om de vrolijke muziek. Verderop raapt een kleine man uitgetrape peuken op voor de ingang van de Albert Heijn. De zon schijnt, maar er zit waarneembare scherpte in de lucht. De swing wiebelt vrolijk door de verkleurende meidoornbladern en de drinkers discussieren onverstaanbaar verder op een van die laatste mooie dagen van het najaar.

maandag 10 september 2012

Zweedreet

Aan de Zweedse westkust komt de wind met ongewoon stevige snelheden mijn rechteroor binnen suizen. Naarmate de hoogteverschillen ophouden te bestaan neemt het belang van verplaatsende lucht het centrale punt in van mijn fietsbui. De koers is zuidelijk en de wind komt uit het westen, dus de kleinste veranderingen van rijrichting kunnen een wereld van verschil betekenen: half in de rug of half in het gezicht is het verschil tussen het fluiten van "Call me maybe" en het binnensmonds uitschelden van tegenliggers die niet terugzwaaien.

Zelfs in het zuiden van Zweden kan het op de weg en daarnaast af en toe schrikbarend rustig zijn. En dan gaat het niet over ‘Randstadrustig’ in de winter op het strand, waar je in de rij staat voor een kop koffie in het zelfbedieningsrestaurant, of zelfs het rustig van Drentse fietspaden tijdens een regenachtige dag. Nee, hier is het post-apocalyptisch rustig. Daarbij kun je denken aan de
films waarin een eenzame protagonist door een plotseling mysterieus uitgestorven gebied dwaalt. Geen beweging op de weg, geen zichtbaar leven in en om de huizen en dat alles in dat ijle Noordelijke zomerlicht, kilometer na kilometer. Als er dan eindelijk ergens aan de horizon een man met een knal de garage achter zich sluit ben ik gek genoeg een beetje opgelucht, maar als in de verte het geluid uitsterft vraag ik me af of ik het mezelf misschien niet heb ingebeeld.

Qua medefietsers heb ik het wat dat betreft de afgelopen weken verbazend goed getroffen. De ongeschreven regel is dat je even afstapt als je een fietstassendragende tweewieler tegenkomt. Na het verplichte waarvandaan-waarheen-hoelang al-hoelang nog riedeltje bepalen de omstandigheden wat er volgt: komen ze je tegemoet, dan is het tetteren over alle do's en dont's van het verlaten gebied en het onttrekken van essentiële informatie over de bestemming: welke weg, waar te kamperen en (in Zweden erg belangrijk) is er ook een Lidl? Als je dezelfde kant op gaat is de informatieoverdracht minder essentieel, en kan het gesprek verder
kabbelen in andere richtingen. Soms fiets je dan nog even op, en zeker bij het binnengaan van grotere steden, wat een op zichzelf precaire procedure betreft.

Na in de eerste weken van de tocht op wind mee te kunnen rekenen, is het nu vaker mis dan feest, met de nodige onhoorbare vloeken richting onschuldige voorbijgangers tot resultaat. En het einde komt langzaam in zicht, de temperatuur daalt gestaag en in het Zuiden zakt de zon steeds eerder en eerder. Duizenden ganzen besluiten om maar weer eens op te stappen. Tegen de achtergrond van het gezoem van de enorme windmolens trekken ze schreeuwend over, de enorme wieken ontwijkend als in een morbide computerspel. En ja, als je in het noorden van Zweden bent geweest, dan klinkt het vooruitzicht van Denemarken zeker mediterraan.