De lamellen zijn gesloten. Pastelgeel zonlicht vergezeld het zachte zoeven van auto's en flarden van een Chinees lied dat aan de overkant van de straat aan een openstaand raam ontsnapt. Mijn hoofd neemt genoegen met deze minimale input. Goed, het is Vrijdag. Het lijden van Jezus Christus is uiteindelijk toch niet voor niets geweest, hij heeft er tenminste een lang weekend uitkunnen slapen.
De afgelopen week ging alles zijn gangetje.
Zondag: Koud uit het vliegtuig uit Nieuw Zeeland na een week vakantie met mijn moeder, stapte ik in Melbourne een hoge druksysteem binnen van minima rond de 38 *C. Na een nacht op het vliegveld en drie maanden zonder training was de selectietraining voor het universiteitsteam een bitse sessie, waarbij ik tot tweemaal toe oprecht vreesde voor een verloren bewustzijn. De coach was tevreden en gaf me zijn fiat, hetgeen me verzekerde van een terugkeer naar NZ voor hun universiteiten toernooi midden April.
Maandag: Mijn lichaam haalde herrinneringen op aan allerlei andere momenten dat het overwoog zijn bestaan op te heffen. Elke beweging bracht een pijn naar de oppervlakte die me aanspoorde tot absolute stilstand. De hittegolf dreef mij met studieboeken en al naar het zwembad, waar de een te hoog chloor percentage het feest ophief en de het zwembad van verkoeling tot marteling maakte. Met de zweetparels op mijn voorhoofd keek die koele blauwe bak met liters frisheid me honend aan. De klootzak.
Dinsdag: Terug naar de unibanken. De spierpijn was alleen nog maar erger. De dag vulde zichzelf met artikelen en colleges terwijl het kwik bleef hangen rond de 35 graden.
Woensdag: Om negen uur 's ochtends zat ik in de bioscoop van de universiteit en dacht ik na over hoe ik een Australische identiteit kon distilleren uit beelden van een Griek die zich laat pijpen door een Vietnamees in een van Melbournes wijken. Ja, mijn studiegebied heeft zijn interessante kanten. In de bus nodigde een meisje me voor haar Purimverkleedfeest, omdat ze vermoedde dat ik Joods was.
Donderdag: Een veggie burger, medium friet en een ijsje van een halve dollar. Maigh dronk een choco shake en terwijl Gemma een dubbele whopper menu en een grote portie onion rings naar binnen werkte. Op het comedyfestival zagen we Dave Hues, een soort legende hier. "Easter is great: the footy season starting, the comedy festival, all these barbecues... if you ask me, I'd say Jesus clearly picked the wrong weekend to die!" Naderhand besloten we het feestje waar niemand van ons iemand kende te crashen. Na glitters, biertjes, haarbanden, lechajims en boel nieuwe namen eindigde de avond waar die begon: een grote friet, medium fanta en een ijsje van een halve dollar.
Nog een goede vrijdag allemaal.
vrijdag 21 maart 2008
woensdag 5 maart 2008
Het is groen en je kunt het eten
Goed, de koffie is bezonken en ik kan nu om me heen kijken zonder het felste roze over mijn gezichtsveld geprojecteerd. Het is nog steeds een feest voor mijn zintuigen.
De studie is begonnen. De universiteit knabbelt tegenwoordig hongerig aan mijn vrije tijd en heeft de dinsdag, woensdag en donderdag zonder te kauwen doorgeslikt. Het lange weekend ligt daarentegen elke week van vrijdag t/m maandag aan mijn voeten als een door de kat binnengebrachte dode mus, waarmee ik kan doen en laten wat ik wil.
De vakken die ik doe zijn erg interessant, soms schokkend, en in het Engels. Het kost me beduidende moeite om het hoge niveau dat ik in nastreef te bereiken, maar de voldoening van vallende kwartjes is evenredig toegenomen.
De feiten over de geschiedenis van Australie, die een stuk verder terug gaat dan toen Captain Cook bottany bay binnenvoer, laten me met mijn oren klapperen. Het merendeel van de originele bewoners zijn simpelweg uitgeroeid. De rest zijn van hun land verjaagd, verboden hun talen te spreken, het recht hun kinderen op te voeden ontnomen en hebben vervolgens als bijeengeveegde bevolkingsgroep het predikaat lui, crimineel, onverantwoordelijk en ongeciviliseerd opgeplakt gekregen. De suggestie dat men kan spreken van een postcoloniale samenleving in dit geval laat ruimte over voor twjfel over de verleden tijd waarin velen de negatieve gebeurtenissen maar al te graag plaatsen.
Ik woon nu tijdelijk in de suburb Hawthorn, bij een Melbournse die ik eerder ontmoet heb in Laos. De Australiers zijn een gastvrij volk en mijn neiging mijn medebewoners van het backpackershostel in de slaap om te brengen bracht me ertoe het aanbod voor een tijdelijke woonruimte te aanvaarden. Omdat ze zelf binnenkort uit het appartement gaat zijn we als team op zoek naar een gedeeld huis in Brunswick, een soort wijk waar linkse studenten, artistiekelingen, immigranten, aso's en juppen zich gezamelijk op hun gemak voelen.
De rit van hier naar de Monash campus van mijn keuze is aanzienlijk, maar het alternatief is een aanfluiting. Wonen rondom Clayton zou vergelijkbaar zijn met wonen op de Uithof, die dan niet 15 maar 50 minuten uit de stad zou liggen.
De autoriteiten vermoeden nog steeds dat ik hier mijn toeristische bedoelingen resideer, maar dat komt door hun onvermogen mijn studentenvisumaanvraag fatsoenlijk te verwerken. Ware het niet een van de minst creatieve dingen waar ik me ooit zo lang mee bezig had gehouden, dan zou ik het mijn hobby gaan noemen.
Over enkele dagen dient zich een volgend juichmoment aan: een reis naar Nieuw Zeeland. Over dit avontuur later meer.
Groeten,
Reinier
De studie is begonnen. De universiteit knabbelt tegenwoordig hongerig aan mijn vrije tijd en heeft de dinsdag, woensdag en donderdag zonder te kauwen doorgeslikt. Het lange weekend ligt daarentegen elke week van vrijdag t/m maandag aan mijn voeten als een door de kat binnengebrachte dode mus, waarmee ik kan doen en laten wat ik wil.
De vakken die ik doe zijn erg interessant, soms schokkend, en in het Engels. Het kost me beduidende moeite om het hoge niveau dat ik in nastreef te bereiken, maar de voldoening van vallende kwartjes is evenredig toegenomen.
De feiten over de geschiedenis van Australie, die een stuk verder terug gaat dan toen Captain Cook bottany bay binnenvoer, laten me met mijn oren klapperen. Het merendeel van de originele bewoners zijn simpelweg uitgeroeid. De rest zijn van hun land verjaagd, verboden hun talen te spreken, het recht hun kinderen op te voeden ontnomen en hebben vervolgens als bijeengeveegde bevolkingsgroep het predikaat lui, crimineel, onverantwoordelijk en ongeciviliseerd opgeplakt gekregen. De suggestie dat men kan spreken van een postcoloniale samenleving in dit geval laat ruimte over voor twjfel over de verleden tijd waarin velen de negatieve gebeurtenissen maar al te graag plaatsen.
Ik woon nu tijdelijk in de suburb Hawthorn, bij een Melbournse die ik eerder ontmoet heb in Laos. De Australiers zijn een gastvrij volk en mijn neiging mijn medebewoners van het backpackershostel in de slaap om te brengen bracht me ertoe het aanbod voor een tijdelijke woonruimte te aanvaarden. Omdat ze zelf binnenkort uit het appartement gaat zijn we als team op zoek naar een gedeeld huis in Brunswick, een soort wijk waar linkse studenten, artistiekelingen, immigranten, aso's en juppen zich gezamelijk op hun gemak voelen.
De rit van hier naar de Monash campus van mijn keuze is aanzienlijk, maar het alternatief is een aanfluiting. Wonen rondom Clayton zou vergelijkbaar zijn met wonen op de Uithof, die dan niet 15 maar 50 minuten uit de stad zou liggen.
De autoriteiten vermoeden nog steeds dat ik hier mijn toeristische bedoelingen resideer, maar dat komt door hun onvermogen mijn studentenvisumaanvraag fatsoenlijk te verwerken. Ware het niet een van de minst creatieve dingen waar ik me ooit zo lang mee bezig had gehouden, dan zou ik het mijn hobby gaan noemen.
Over enkele dagen dient zich een volgend juichmoment aan: een reis naar Nieuw Zeeland. Over dit avontuur later meer.
Groeten,
Reinier
zondag 24 februari 2008
Verder weg en toch dichterbij

G'day, how are you going?
Hollandsche luchten. De wind jaagt plukken wattige wolken voorbij. De zon speelt haar namiddagse spel met schaduwen op de Victoriaanse verandas. Wanneer ik de weg de heuvel op volg verschijnt tussen het groen dat de lage huizen omringt aan de horizon de zilveren schittering van de wolkenkrabbers in de binnenstad. De geur van de eucalyptus omringt me wanneer ik de trein instap.
Naast de deur, die na de piep dichtschuiven, hangen de volgende gedichten:
"The rain we had Saturday was fine,
each droplet
a mile apart from the next"
"Only one parking space left
On the pub's lot
Happy hour"
De trein suist langs de verschillende buitenwijken met vrijwel identieke huizen, typisch niet hoger dan anderhalve verdieping. Naarmate de stad nadert wordt het drukker in de trein. Niemand duwt, op een botsing volgt een welgemanierde "sorry" gevolgd door een laconieke "geen zorgen!"
Het Flindersstreet station ademt een degelijkheid uit van eeuwen trouwe dienst aan de zonen en dochters van hen die eens de lange reis gemaakt hebben. Ze kwamen door de eeuwen heen uit alle richtingen en om verschillende redenen. Aan hen dankt Melbourne haar hedendaagse verschijning. Oud en nieuw staan naast elkaar, botsen en lopen in elkaar over.
Van het oude volk zijn de sporen minder duidelijk. Musea en culturele centra spreken over ze als over een overledene, met respect, maar met een zweem van melancholie die men doet realiseren dat het hoofdstuk is afgesloten. De langverwachte dag waarop de minister president zijn verontschuldigingen aanbood aan de aboriginees die vorige eeuw als kinderen massaal zijn ontvoerd heeft hoop gebracht voor een veelbetekenende rol voor hen in het verhaal van de toekomst.
De stad bruist van het leven in de zomer, die zich langzaam uitrekt om tot het einde van Maart te kunnen reiken. Ik lig in het gras naast mijn fiets en kijk naar een potje familiecricket in de verte. Iemand legt me uit dat je in Australie wel voetbal hebt, maar dat de grote sport 'footie' is, met een soort rugby bal, en dat ze ook rugby spelen, maar dan meer in de buurt van Sidney, en dat het er dan maar net weer vanaf hangt of ze league of union regels spelen. Ik knik veelbetekenend.
Na de chaos van Z-O Azie is de orde in Melbourne bijna schokkend. Want een ding verschilt niets, namelijk de vriendelijkheid en ongestoordheid van de mensen. Alsof iedereen bij het opstaan heeft besloten: vandaag ga ik een fijne dag meemaken.
Op een punt op de aardbol waar ik nauwelijks verder verwijderd kan zijn van Nederland voel ik me dichter bij huis dan ooit. En de komende 4,5 maanden is dat wat het voor me zal zijn: thuis.
Abonneren op:
Posts (Atom)